Iedereen die weleens een huis heeft gekocht of verkocht, weet dat je voor de officiële sleuteloverdracht eerst langs de notaris moet. Maar waarom eigenlijk?
Koper en verkoper bereiken, meestal via de makelaar, overeenstemming over de prijs, voorwaarden en overdrachtsdatum. Deze afspraken worden vastgelegd in de koopovereenkomst en door beide partijen ondertekend. Daarmee is de koop gesloten, maar de juridische eigendomsoverdracht volgt pas bij de notaris.
De notaris controleert of de verkoper bevoegd is om de woning te verkopen, onderzoekt of er geen beslagen op de woning rusten en zorgt voor de inschrijving van de overdracht in het Kadaster. Ook beheert de notaris de geldstromen. Daardoor weet de koper zeker dat hij zijn geld niet kwijt is voordat hij daadwerkelijk eigenaar van de woning is, terwijl de verkoper de zekerheid heeft dat hij de eigendom niet verliest zonder daarvoor de afgesproken prijs te ontvangen.
In veel andere landen bestaat zo’n centraal geregeld én sluitend systeem niet, of in veel beperktere vorm. Daardoor is eigendom minder zeker en zijn vaak aanvullende verzekeringen nodig tegen onverwachte claims achteraf.
Dus ja, een notaris kost geld, maar zie dat vanaf nu niet meer als een kostenpost, maar als een investering in zekerheid.